Zeilen in Noorwegen. Zeilen op de poolcirkel. Gastenimpressie zeereis Trondheim-Bodo.
Reisverslag 15-08-2010 Tondheim- Bodo Mw.N.Siebert
Tien dagen zeilen in Noorwegen. Na een korte stop in Oslo, erg de moeite waard, is eenmaal in Trondheim het gele, prachtige schip in de haven snel gevonden. Onze lakens kwamen net uit de droger, de bootschappen waren al gedaan, we konden gelijk vertrekken. En dat is dan ook het mooie, vanaf de eerste minuut ben je al aangekomen, de weg is het doel. Met prachtig weer en kleren waarin je het liefst het hele jaar wilt wonen op pad. Je hebt al snel door, dat André, de schipper, precies weet wat die doet. Het is dus helemaal aan jou hoe veel je wilt leren van het zeilen en hoeveel je mee wilt doen.
Omdat mijn vriend gelijk helemaal in zijn element is, alles van de kapitein wil weten en dan ook op alle vragen een rustig, gedetailleerd antwoord krijgt leun ik eerst even terug en kijk om me heen. Het is mooi. Blauw rondom, het water, de lucht. Afstanden, alles is weids. Wat kleur heeft steekt eruit, de boot, de zeilen, de kleine gekleurde huizen langs de wal. Ik pak de fantastische verrekijker en stel vast, dat ik op die manier helemaal niet van boord hoef te gaan.
| We varen geluidloos tussen de rotsen door en gooien het anker uit. Ingrid zet eten op tafel en blijft ons hiermee de komende dagen verbazen. Waar haalt ze het allemaal vandaan? De verse zalm, de lekkere salade, zelfs toetjes. Wij vermoeden nog een geheime koelkast, maar zij ontkent dat. Wij vuren onze complimentjes op haar af, maar Ingrid lacht alleen maar en het word duidelijk; zij doet dit graag, geniet hiervan. De eerste nacht in de 'masterbedroom'. Door de dekluiken zie ik de niet onder willen gaande zon en ik denk aan ons klein zeilbootje thuis. Dit is dan toch een ander kaliber, het bed is enorm, alle kleren zijn weggestopt in kastjes, het is warm en in plaats van de emmer is naast ons een badkamer met warme douche en bad. De geur van vers brood maakt ons wakker, koffie en Noorse kaas en jam staan klaar, Andre en Ingrid hebben het anker al weer binnen gehaald, we zijn weer op pad. En zo schipperen we de komende dagen door. |
Soms is het heet en lig ik te zonnen, soms is het kouder en kruip ik in mijn rode pak. Het mooiste is misschien wel het licht en het buiten zijn. En de rust. Mijn gedachten beginnen langzamer te gaan. Met het roer in de hand voel ik de stroming van het ijskoude water terwijl eindeloze rotsen in het water passeren, waarvan je maar het topje ziet.
In de kleine Noorse havens komt altijd wel een Viking op ons af, het gele schip maakt mensen nieuwsgierig. Mooie korte contacten, waarbij de bewoners lijken op hun land, sterk, groots, autonoom en toch ook heel lief.
We passeren de poolcirkel, vieren dat met een fles whisky en springen een na de ander, in het ijskoude water. Nog nooit zijn we zo Noordelijk geweest. Het warm worden duurt wel even, maar je voelt dat je leeft. We beslissen de gletsjer te willen zien. De Hollandsfjord, Svartisen gletsjer. De wit, turkooizen ijs-tandpasta komt tot 20 meter boven zeeniveau en het is de eerste gletsjer in mijn leven. We leggen de boot als enige aan een klein steigertje, geel staal in groen water. Het regent een beetje. Binnen liggen we gemoedelijk onder de deken een filmpje te kijken terwijl André en Ingrid in hun Musto pakken ook buiten droog blijven.
Het weer word guur en Stephan is blij. Hij staat in de kuip, enorme glimlach in het gezicht. We hebben wind en we hebben snelheid en hij staat aan het roer van een dertien-meterjacht, in Noorwegen, boven de poolcirkel. En dan afscheid nemen. In Bodo de rugzakken weer opzetten, en naar de luchthaven lopen.
André en Ingrid gaan door naar Tromso en wij missen de Lofoten. En daar had André ons van ervoren voor gewaarschuwd: als je op het schip zit wil je altijd langer blijven. En hij had gelijk.
N.Siebert, 2010 Amsterdam
