Zeilen in Noorwegen. Gastenimpressie van een zeereis Enkhuizen Stavanger.
Wilde frambozen geplukt! voor het eerst weer. Een genot deze eerste keer. In een zonovergoten (30 graden) Noors Tananger, waar de maan als een grote rode ballon van achter de stad tevoorschijn kroop toen we gisteren in het donker aan kwamen varen.
Zojuist ben ik uit het 17 graden koude, of warme?, groene heldere water gekropen en zit nu aan de frambozen. Vol verwachting klopte mijn hart toen we de Noordzee opvoeren. Eerst een nachtje slapen en dan wakker worden op een zee zonder enige vorm van kustlijn in het zicht. Na een dag beduusd omdat het zo godvergeten saai is.
De volgende nacht een eerste wacht. De zon gaat onder, ziet eruit als een vuurbal die groter en groter wordt, als een grote ronde drukknop op de rand van de aardbol, waar je op kan drukken waardoor de zee in tweeën zal splijten. Begin me ineens toch wat gammel te voelen. Om 3 uur snel m'n slaapzak in en hopen dat ik niet zeeziek ga worden. Op zee voelde ik de gevangenheid van deze notendop op zee. Je kunt met je benen geen kant op. Gevangen op het schip, in de kuip en aangelijnd op het dek. Zee, alleen maar zee, met hier en daar een booreiland dat in de nacht als een reuzen kermis in het water staat en dat je uren in het zicht kunt houden. In de buurt van de kust soms nog een voorbij varend containerschip, mega, dat eerst met lichtjes opdoemt, een groot zwaar silhouet wordt en dan langzaam en geluidloos verdwijnt.
Afstand is oneindig, kan alle kanten op, allemaal zee. Ik wordt er leeg van. Ik kan naar het water blijven kijken, uren, totdat ik zeeziek wordt en me bedenk wat ik in godsnaam midden op de zee doe, stil, dan weer oneindig veel kabaal, oneindig bewegen van het schip. Wil dan alleen maar slapen, eigenlijk gewoon alleen maar bij jou in bed kruipen. De tijd is oneindig, gaat uur na uur door. Elk uur weer anders door de verandering van de golfslag, de helling van de boot. Het oneindige geluid van een zoemer, een radertje onder de boot die de gevaren mijlen meet. De tijd gaat onophoudelijk door zonder vast ritme.
![]() | Afstand is oneindig, kan alle kanten op, allemaal zee. Ik wordt er leeg van. Ik kan naar het water blijven kijken, uren, totdat ik zeeziek wordt en me bedenk wat ik in godsnaam midden op de zee doe, stil, dan weer oneindig veel kabaal, oneindig bewegen van het schip. Wil dan alleen maar slapen, eigenlijk gewoon alleen maar bij jou in bed kruipen. De tijd is oneindig, gaat uur na uur door. Elk uur weer anders door de verandering van de golfslag, de helling van de boot. Het oneindige geluid van een zoemer, een radertje onder de boot die de gevaren mijlen meet. De tijd gaat onophoudelijk door zonder vast ritme. |
Na 5 dagen en 4 nachten eerst nog naar Schotland en nu Noorwegen, land! Mooi, ook vol verwachting maar ook een kater. De tijd is weer begrensd, het ritme ligt gekaderd en het is weer stil. Land, 1 gebreide mouw, 1 zeereis verder. Toch wel zin in nog 2 weken op het water, met meer vrijheid, lekker op onderzoek uit op de wal, frambozen vinden, mooie bootjes kijken, kleurige kwallen zien, houten huisjes kijken. En toch, de zee heeft me gekieteld. Verlang nu naar weer mee op de zee.Leven met zeekaarten, positie bepalen, koers uitzetten, de instrumenten leren begrijpen, de boot voelen in telkens verschillend weer, het is saai en bruisend tegelijk. De zee roept allerlei tegenstrijdige gevoelens op.
Johanna Kornet, Utrecht 2008
